De geschiedenis

Grand-Hornu, gelegen in het hart van de provincie Henegouwen, op korte afstand van de steden Bergen en Valenciennes, is een van de mooiste voorbeelden van neoklassiek industrieel erfgoed in Europa.

Dit monumentale complex werd in de 19e eeuw gebouwd door Henri Degorge, een Franse ondernemer die zich aangetrokken voelde tot de steenkoolwinning.

De site werd in gebruik genomen op het hoogtepunt van de industriële revolutie, in een regio die op dat moment de op één na belangrijkste industriële regio ter wereld was!

De eerste jaren waren moeilijk, maar de kolenmijn van Grand-Hornu werd al snel een van de grootste mijnbouwondernemingen in het pas onafhankelijk geworden België, die produceerde en exporteerde naar een gebied dat zich uitstrekte van de regio Nord in Frankrijk tot ten zuiden van de regio Parijs, en die in meer dan 50% van de behoeften voorzag.

De kolenmijn werd een symbool van de steenkoolindustrie in heel Belgisch en Frans Henegouwen, en was ook een ongelooflijk technologisch, sociaal en menselijk laboratorium.

In Hornu werden nieuwe winningstechnologieën en nieuwe stoommachines uitgevonden en werd de eerste particuliere spoorweg van het land aangelegd om de economische ontwikkeling van het bedrijf te ondersteunen.

Er werd ook een rijtjeswijk met 450 huizen gebouwd, waardoor de arbeiders in de kolenmijn van Grand-Hornu comfortabeler konden leven. Deze huizen waren ruim en stevig gebouwd, voorzien van warm water en tuinen. Er werd een school opgericht, evenals een danszaal, winkels en een apotheek... In geen enkele andere arbeiderswijk in de omgeving kon men bogen op dergelijke voorzieningen.

De naoorlogse periode bracht Grand-Hornu in een lange winterslaap, toen in 1954 het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) werd ondertekend, met het oog op de rationalisering van de productie. De industriële activiteiten werden stopgezet en de site werd verlaten.

Toen aan het eind van de jaren zestig een handvol liefhebbers van het erfgoed actie voerde om het van de dreigende ondergang te redden, was de site niet meer dan een schim van zijn vroegere zelf, door de elementen en door vandalisme verwaarloosd.

In 1971 kocht architect Henri Guchez de site en zorgde voor de definitieve redding ervan. Hij begon met een eerste renovatie en vestigde er zijn bureau.

In 1989 begon de Provincie Henegouwen met de tweede fase van de renovatiewerkzaamheden. Op dat moment had ze de site net aangekocht op initiatief van Claude Durieux, de huidige Gouverneur van de Provincie.

De vzw Grand-Hornu Images, die in 1984 werd opgericht, vestigde er haar kantoren en zette haar drievoudige missie voort: erfgoed, toerisme en cultuur. Zij heeft gezorgd voor de erkenning van Grand-Hornu door grote internationale erfgoedverenigingen en beheert het complex, zodat het publiek het opnieuw kan ontdekken.

Begin jaren negentig zorgde de beslissing van de Franse Gemeenschap om haar toekomstige Museum voor Hedendaagse Kunst in Hornu te vestigen voor de voltooiing van de renovatie van Grand-Hornu. De ontwikkeling van het MAC's garandeerde dat het resterende deel van de site zou worden opgeknapt.

Sinds september 2002 en de opening van het Museum voor Hedendaagse Kunst in Grand-Hornu is de site weer in al haar pracht voor bezoekers toegankelijk.

Na één van de parels van de Belgische industrie te zijn geweest, is de site van Grand-Hornu nu één van de belangrijkste culturele centra van België. De site is nieuw leven ingeblazen en ontvangt elk jaar zo'n 75.000 bezoekers uit heel Europa.